Page images
PDF
EPUB

1

3. Que dans tous les collèges et maisons desdites universités où il y aura plusieurs professeurs, soit qu'ils soient séculiers ou réguliers, Pun d'eux sera chargé tous les ans d'enseigner la doctrine contenue en ladite déclaration; et, dans les collèges où il n'y aura qu'un seul professeur, il sera obligé de l'enseigner l'une des trois années consécutives.

4. Enjoignons aux syndics des facultés de thé ologie de présenter, tous les ans, avant l'ouverture des leçons, aux archevêques et évêques des villes où elles sont établies, et d'envoyer à nos. procureurs généraux les noms des professeurs qui seront chargés d'énseigner ladite doctrine, et aux dits professeurs de représenter aux dits prélats et à nos dits procureurs-généraux les écrits qu'ils dicteront à leurs écoliers, lorsqu'ils leurs ordonneront de le faire.

5. Voulons, qu'aucun bachelier, soit,séculier ou régulier, ne puisse être dorénavant licencié, tant en théologie qu'en droit canon, ni être reçu docteur, qu'après avoir soutenu ladite doctrine dans l'une de ses thèses, dont il fera apparoir à ceux

qui ont droit de conférer ces degrés dans les universités.

[ocr errors]

6. Exhortons, et néanmoins enjoignons à tous

les archevêques et évêques de notre royaume,

草原

pays, terres et seigneuries de notre obéissance, d'employer leur autorité pour faire enseigner, dans l'étendue de leurs diocèses, la doctrine contenue dans ladite déclaration faite par lesdits députés du clergé.

0802

7. Ordonnons aux doyens et syndics des facultés de théologie de tenir la main à l'exécution des présentes, à peine d'en répondre en leur propre et privé nom.

[ocr errors]

0123

" 1

. Si donnons en mandement à nos amés et féaux les gens tenant nos cours de parlement, que ces présentes nos lettres en forme d'édit, ensemble ladite déclaration du clergé, ils fassent lire, publier et enregistrer aux greffes de nos dites cours

"

[ocr errors][merged small][ocr errors][merged small][ocr errors][ocr errors][ocr errors]

3. Dat in al de collegien en huizen der gezegde uni versiteiten, waar meer dan een professor wezen zal, het zij dezelve wereldlijk, het zij dezelve geestelijk zijn, een derzelve jaarlijks gelast zal worden, om de leer, in gezegde verklaring begrepen, te onderwijzen; en in de collegien, waar slechts een professor wezen zal, zal dezelve die leer om de drie jaren moeten Voordragen.

4. Wij gelasten de sijndicussen der theologische faculteiten, om jaarlijks voor den aanvang der lessen, aan de aartsbisschoppen en bisschoppen der steden, waar die faculteiten gevestigd zijn, de namen der pro fessoren, die tot het onderwijzen van de gezegde leer gelast zullen worden, op te geven, en dezelve aan onze procureurs-generaal toe te zenden; en de gezegde professoren, om de schriften, die zij aan hunne leerlingen dicteren zullen, aan voornoemde prelaten en procureurs-generaal te vertoonen, wanneer dezelve hun zulks bevelen zullen.

5. Wij willen, dat geen baccalaureus, zoo wereldlijk, als geestelijk, voortaan, zoo in de godgeleerdheid, als in het canoniek regt, licentiaat, of doctor zal kunnen worden, zonder de gezegde leer in eene van zijne theses te hebben gedefendeerd, waarvan hij hun zal doen blijken, die aan de universiteiten geregtigd zijn, om de gezegde graden te verleenen.

6. Wij vermanen, en gelasten tevens, al de aartsbisschoppen en bisschoppen van ons koningrijk, en de gewesten, landen, en heerlijkheden, die aan ons onderworpen zijn, tot aanwending van hun gezag, om de leer, in de gezegde verklaring van voorgemelde afgevaardigden der geestelijkheid vervat, in den omvang van hunne stichten te doen voordragen.

7. Wij bevelen de dekens en sijndicussen der godge leerde faculteiten, om de hand aan de uitvoering dezer tegenwoordige te houden, op straffe van deswegens in hunne eigene en bijzondere personen te verantwoorden.

Dus geven wij aan onze welbeminde en getrouwe mannen, die onze parlementshoven uitmaken, in last, om deze onze tegenwoordige aanschrijving in den vorm van edict, tegelijk met de gezegde verklaring der geestelijkheid, te doen lezen, publiceren, en op de griffien

et des bailliages, sénéchaussées et universités de leurs ressorts, chacun en droit soi, et aient à tenir la main à leur observation, sans souffrir qu'il soit contrevenu directement et indirectement, et à procéder contre les contrevenans en la manière qu'ils jugeront à propos, suivant l'exigence des cas: car tel est notre plaisir; et, afin que ce soit chose ferme et stable à toujours, nous avons fait mettre notre scel à ces dites présentés. Donné à Saint-Germain-en-Laye, au mois de Mars, l'an de grâce 1682, et de notre règne le 39e. Signé LOUIS. Et plus bas, par le roi, COLBERT. Visa, LE TELLIER. Et scellées du grand sceau de cire verte.

DECLARATIO

Cleri gallicani de ecclesiastica potestate.

Ecclesiæ gallicanæ decreta et libertates à majori bus nostris tanto studio propugnatas, earumque fun damenta sacris canonibus et patrum traditione nixa, multi diruere moliuntur; nec desunt qui, earum obtentu, primatum beati Petri ejusque successorum romanorum pontificum à Christo institutum, iisque debitam ab omnibus christianis obedientiam, sedisque apostolicæ, in quâ fides prædicatur et unitas servatur ecclesiæ, reverendam omnibus gentibus majestatem imminuere non vereantur. Hæretici quoque nihil prætermittunt quo eam potestatem, quâ pax ecelesiæ continetur, invidiosam et gravem regibus et populis ostentent, iisque fraudibus simplices animas ab ecclesiæ matris christique adeo communione dissocient. Quæ ut incommoda propulsémus, nos, archiepiscopi et episcopi Parisiis mandato regio congregati (*) ecclesiam gallicanam repræsentantes, una cum cæteris ecclesiasticis viris nobiscum deputatis, diligenti tractatu habito, hæc sancienda et declaranda esse duximus.

(*) In numero 72, qui chirographum apposuerunt.

[merged small][merged small][ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors][merged small]
[ocr errors][merged small][ocr errors][merged small][ocr errors][merged small][merged small][merged small][ocr errors][ocr errors][merged small][ocr errors][merged small][merged small]

van onze gezegde hoven, en van de baljuwschappen, senechausseen, en universiteiten van hunne regtsgebieden te doen registreren, elk voor zijn eigen territoir om voorts de hand aan derzelver nakoming te houden, zonder te gedogen, dat er regtstreeks of indirect daar tegen gehandeld worde, en om tegen de overtreders derwijze te procederen, als zij, naar vereisch der gevallen, gepast oordeelen zullen: want zoodanig is ons welbehagen; en, op dat dit voor altoos eene vaste en standhoudende zaak zij, hebben wij ons zegel aan deze tegenwoordige doen hechten. Gegeven te Saint-Germain-en-Laye, in de maand Maart van het jaar 1682 der genade, en jaar 39 van ons koningrijk. (Geteekend) LOUIS. (En lager) Door den koning, COLBERT, Visa, LE TELLIER. En gezegeld met het groot zegel van groen was.

VERKLARING

der Fransche geestelijkheid over de kerkelijke magt.

Velen trachten de besluiten en vrijdommen der Fransche kerk, door onze voorouders met zoo veel ijver verdedigd, te vernielen; en er zijn ook, die zich niet ontzien, om, onder voorwendsel daarvan, de opperhoofdigheid van den heiligen Petrus, en deszelfs opvolgeren, de roomsche pauzen, door Christus ingesteld, de gehoorzaamheid, die alle christenen hun verschuldigd zijn, en de door alle volken te vereerene majesteit van den apostolischen stoel, bij welken het geloof verkondigd, en de eenheid der kerk bewaard wordt, te verkleinen. De ketters verzuimen ook niets, waarmede zij die magt, door welke de vrede der kerk bewaard wordt, als hatelijk en drukkende voor koningen en volken ten toon stellen, en door zulk bedrog eenvoudige zielen van de gemeenschap der moederkerk, en dus van die van Christus, afscheiden mogen. Om welke nadeelen af te weren, wij aartsbisschoppen en bisschoppen, op koninklijk bevel te Parijs vergaderd (*), de Fransche kerk vertegenwoordigende, te gelijk met de overige kerkelijken, die met ons afge vaardigd zijn, na rijpe beraadslaging, dit volgende hebben gemeend te moeten vaststellen en verklaren.

(*) Ten getale van 72, die deze verklaring eigenhandig onderteckend hebben.

1. Primum beato Petro ejusque successoribus Christi vicariis ipsique ecclesiæ rerum spiritualium et ad æternam salutem pertinentium, non autem civilium ac temporalium, a Deo traditam potestatem, dicente domino: Regnum meum non est de hoc mundo, et iterum, reddite ergo quæ sunt casaris casari, et quæ sunt Dei Deo; ac proinde stare apostolicum illud: Omnis anima potestatibus sublimioribus subdita sit. Non est enim potestas nisi a Deo. Quæ autem sunt, à Deo ordinatæ sunt. Itaque qui potestati resistit, Dei ordinationi resistit. Reges ergo et principes in temporalibus nulli ecclesiasticæ potestati Dei ordinatione subjici, neque autoritate clavium ecclesiæ directe vel indirecte deponi, aut illorum subditos eximi à fide atque obedientiâ, ac præstito fidelitatis sacramento solvi posse, eamque sententiam publicæ tranquillitati necessariam, nec minus ecclesiæ quam imperio utilem, ut verbo Dei, patrum traditioni, et sanctorum exemplis consonam, omnino retinendam.

[ocr errors]

2. Sic autem inesse apostolicæ sedi ac Petri successoribus Christi vicariis rerum spiritualim plenam potestatem, ut simul valeant atque immota consistant sanctæ ecumenice synodi Constantiensis a sede apostolica comprobata, ipsoque romanorum pontificum ac totius ecclesiæ usu confirmata, atque ab ecclesia gallicana perpetuâ religione custodita decreta de autoritate conciliorum generalium, quæ sessione quarta et quintâ continentur, nec probari a gallicanâ ecclesià qui eorum decretorum, quasi dubiæ sint auctoritatis ac minus approbata, robur infringant, aut ad solum schismatis tempus concilii dicta detorqueant.

3. Hinc apostolicæ potestatis usum moderandum per canones spiritu Dei conditos et totius mundi reverentia consecratos. Valere etiam regulas, mores et instituta à regno et ecclesiâ Gallicanâ recepta, patrumque terminos manere inconcussos; atque id pertinere ad amplitudinem apostolicæ se

[ocr errors]
« PreviousContinue »