Page images
PDF
EPUB

cole qui sera signé par les Représentants de toutes les Puissances ayant pris part à la Conférence de Berlin et dont une copie certifiée sera adressée à toutes ces Puissances.

En foi de quoi, les Plénipotentiaires respectifs ont signé le présent Acte Général et y ont apposé leur cachet."

De zin van deze woorden is duidelijk en behoeft geene breede toelichting. Art. 37 voorziet in de mogelijkheid om de noodige veranderingen en wijzigingen in het tractaat te kunnen brengen, zonder daarvoor eene specialen termijn vast te stellen. De bepaling is in zoover eigenaardig, dat het recht, om tot die wijzigingen en veranderingen mede te werken, uitsluitend toekomt aan de „Puissances Signataires du présent Acte Général,” d.i. aan de oorspronkelijke onderteekenaars, en niet ook aan de mogendhe len, welke later tot den „Acte" toe mochten treden. De Vereenigde Staten begeerden de invoeging der woorden: „et celles, qui y adhéreront plus tard"; zij zagen geene reden voor de ongelijke behandeling; de toetreding legde den toetredenden staten dezelfde verplichtingen op als den oorspronkelijken onderteekenaars; het was niet meer dan billijk hun ook dezelfde rechten toe te kennen. Meerdere afgevaardigden waren het hiermede eens, maar de Belgische gevolmachtigde wees op het gevaar, om a priori onbekenden en wellicht niet-belanghebbenden toe te laten tot de herziening van een stuk, buiten hunne medewerking opgemaakt. Ten laatste schaarde zich de Conferentie aan zijne zijde, maar verklaarde tevens, dat, zoo de toetreding al dezelfde verplichtigingen met zich bracht, het niet meer dan rechtvaardig was, dat eene verandering, buiten de goedkeuring dier later toegetredene mogendheden tot stand gebracht, dezen hare vrijheid van handelen terug gaf. Zeker ware het niet kwaad geweest van deze verklaring tevens melding te maken in den tekst zelven.

Art. 38 stelt voor staten, niet op het Congres te Berlijn vertegenwoordigd, de gelegenheid open om tot het

tractaat toe te treden. Over de beteekenis der laatste zinsnede heb ik reeds hierboven gesproken, bij de behandeling van Art. 32 en Art. 35.

Art. 39 regelt de wijze van ratificatie en bepaalt voor deze een maximum termijn van een jaar, ter gemoetkoming aan den constitutioneelen eisch der meeste rijken, de goedkeuring van het tractaat door de vertegenwoordiging. Eerst na de ratificatie is het verdrag verbindend, maar de mogendheden beloven tot aan deze geene maatregelen te zullen nemen, in strijd met de door het Congres genomen beslissingen; ook mag de Internationale Congo-Commissie desnoods vóór de ratificatie bijeenkomen, vgl. Art. 19.

SLOTWOORD.

In het voorgaande heb ik pogen aan te toonen, in hoever de inhoud van den „Acte Général", te Berlijn den 26sten Februari 1885 geteekend, beantwoordt aan het grootsche doel, hetwelk der Conferentie voor oogen stond, de ontwikkeling van den handel en van de beschaving in Centraal-Afrika zoowel ten behoeve der blanken als der inlandsche bevolking. De moeilijkheden, welke zij bij het vervullen van die taak op haar weg ontmoette, heeft zij, mijns inziens, niet kunnen overwinnen en de toekomst zal leeren, welke eene luttele waarde de schoonklinkende bepalingen in de practijk zullen bezitten.

Die moeilijkheden, waartegen de Conferentie het hoofd stuitte, waren tweeledig, de groote belangenstrijd tusschen de verschillende mogendheden, welke zij moest

trachten te beslechten en de onbekendheid met de landen, waarop hare werkzaamheid betrekking had.

Twee groote partijen waren te Berlijn vertegenwoordigd ter eener zijde die staten, welke in het Congobekken souvereiniteitsrechten uitoefenden en als zoodanig aldaar uitsluitend hun eigen belang beoogden, ter anderer zijde de mogendheden, die verkondigden op te treden voor het algemeen belang van blanken en zwarten, dat wil zeggen, voor hunne eigene handelsbelangen en die de souvereiniteitsrechten der eersten in haar voordeel poogden te beperken. De verwerping van elke bepaling, krachtens welke de invoer van spiritualiën en vuurwapenen verboden of onder toezicht werd gesteld, bewijst toch afdoende, wat de eigenlijke drijfveer dier onbaatzuchtigen was.

In plaats dat beide partijen eene transactie aanvaardden, heeft ieder op haar beurt hare zienswijze weten door te drijven en eene te volkomene overwinning behaald. In het eerste Hoofdstuk wordt de administatieve finantieele zelfstandigheid van den staat zoo goed als geheel vernietigd; alle belangen, welker behartiging een staat tot plicht heeft, worden ondergeschikt gemaakt aan het belang van den handel; dezen wordt eene volmaakte vrijheid verzekerd zonder eenige uitzondering noch ter wille van de eischen der openbare gezondheid, noch ten behoeve van 's lands verdediging, enz. Een krachtig optreden van het staatsgezag, dubbel noodig in die half-beschaafde streken, wordt in tallooze gevallen belemmerd, de bestaanbaarheid van den staat zelven wellicht twijfelachtig gemaakt. Bij de scheepvaartakten treffen wij het omgekeerde aan de souvereiniteit der oeverstaten wordt hier veel meer geëerbiedigd, dan nuttig en noodig is in stede van het beheer over den geheelen stroom te centraliseeren in de handen van eene enkele macht, de Internationale Commissie, is dat beheer verbrokkeld tusschen de oevermogendheden en de zoo hoog noodige eenheid niet verzekerd. Het zesde

:

Hoofdstuk gaat aan hetzelfde euvel mank; de bestaande bezittingen worden geheel en al aan de toepasselijkheid der bepalingen onttrokken, een overdreven ontzag voor de souvereiniteit, waardoor gene veel van hare waarde verliezen.

Beurtelings zien wij één der tegenstrijdige belangen geheel aan het andere opgeofferd en zoodoende vertoont de inhoud van het tractaat eene verzameling van eenzijdige beslissingen, welke bij zijne uitvoering niet anders dan nadeelige gevolgen voor beide na zich zullen sleepen.

Het tweede groote struikelblok der Conferentie was hare onbekendheid met de landen, voor welke zij regelen stelde. Het gebied in Art. 1 omschreven heeft eene grootere uitgestrektheid dan het geheele werelddeel Europa; behoudens de smalle kuststreek langs den Atlantischen oceaan en den beneden-loop van den Congo, wist de Conferentie niets, noch over den aard der volkeren, welke daar gevestigd waren, hunne zeden en gewoonten, noch over de hulpbronnen, welke het land aanbood. Ééne enkele maal had Stanley den Congo over zijne geheele lengte bevaren, zonder echter van de rivier uit het land dieper binnen te dringen; het oordeel, dat hij zich aldus over het Congo-bekken en zijne bewoners vormde en waarop het Congres afging, was derhalve, op zijn zachtst uitgedrukt, hoogst voorbarig. Ondanks deze afwezigheid van gegevens zien wij de Conferentie voor dat ontzaglijke gebied een administratief, financieel en economisch programma vaststellen, hetwelk, zooals bij de regeling der belastingen bij voorbeeld, tot in kleine bijzonderheden afdaalt. Een stelsel, zoo vrijgevig, dat het nog door geen enkelen beschaafden staat is toegepast, zal heerschen in streken, waar ter nauwernood de kiem eener beschaving bestaat; op de geheel verschillende omstandigheden, waarin zich die landen kunnen bevinden, wordt geen acht geslagen; allen zal het régime, in de Berlijnsche Conferentie-zittingen uitgedacht, heil aanbrengen. Deze organisatie voor

de nog niet eenmaal ontdekte binnenlanden van Afrika doet dan ook in waarheid in waarheid meer denken aan een modernen staatsroman, de voorstelling van een ideaalstaat volgens de droomen van een naar winstbejag hakend koopman, dan wel aan eene regeling, welker uitvoering men in de werkelijkheid mogelijk heeft geacht.

Voeg hierbij de onbestemde redactie van sommige Artikelen en men zal mij moeten toestemmen, dat het meer geluk dan wijsheid zal mogen heeten, wanneer zich de hooge verwachtingen, door de Conferentie-leden van hunne werkzaamheden gekoesterd, in de toekomst verwezenlijken, en dat Art. 36 eene veel gewichtigere beteekenis bezit, dan zijne ontwerpers er aan hechtten.

Niettegenstaande dit alles zal het Berlijnsche Congres van 1884-85 een hoogst belangrijk feit blijven zoowel voor de politieke geschiedenis als voor die van het Volkenrecht.

In Duitschland's hoofdstad gehouden, een programma volgende in hoofdzaak door Duitschland ontworpen, wijst het op een geheelen ommekeer in de koloniale verhoudingen. Engeland's aloude opperheerschappij in deze, na de vernedering van Frankrijk in 1870 voor het oogenblik minder dan ooit betwist, ziet zich tegenover eene macht geplaatst, welke zich eerst sinds eenige jaren in overzeesche gewesten heeft gevestigd, maar daarom met niet minder kracht haar recht doet gelden, om in koloniale aangelegenheden te worden gehoord. Aan Duitschland was hoofdzakelijk te wijten het mislukken van het Anglo-Portugeesche verdrag van 26 Febr. 1884 en ook op de Conferentie zelve speelt het eene rol, eene eerste koloniale mogendheid waardig. Werd Engeland's overwicht vroeger slechts eenigsins getemperd door den invloed van Frankrijk, het Berlijnsche Congres leverde het bewijs, dat Duitschland als koloniale mogendheid en tevens eene der grootmachten van Europa ook op koloniaal gebied geen gering te schatten tegenstander is en dat het met het tweede rijk verbonden het

« PreviousContinue »