Page images
PDF
EPUB

hiertoe beloofde het zijne medewerking. Ondertusschen machtigde Duitschland zijne gezanten te Parijs, 's Hage, Madrid, Rome en Washington, om de regeeringen aldaar te polsen over eene internationale regeling van de Congo-aangelegenheden en liet den 30sten April door zijnen ambassadeur te Londen eene dergelijke verklaring afleggen als eenige dagen vroeger te Lissabon. Ten gevolge van deze ondubbelzinnige mededeeling werd het Engelsche kabinet geschokt in zijne optimistische meening, het verdrag onveranderd te zullen kunnen handhaven en beloofde Lord Granville aan den Duitschen gezant, Graaf Münster, de onderhandelingen met Portugal opnieuw te openen. In dien zin liet de Engelsche gezant te Lissabon zich dan ook uit tegenover den Minister van Buitenlandsche Zaken, du Bocage.

Het schijnt, dat de moeilijkheden, welke de ratificatie van het Februari-tractaat ondervond, de Portugeesche regeering ook van hare zijde heeft doen overbellen tot eene internationale regeling der aanhangige kwestie; bij circulaire althans van 13 Mei 1884, gericht aan de verschillende legaties op het vasteland, geeft Portugal buiten Engeland om aan zijne gezanten de instructie zich over iets dergelijks te verstaan met de regeeringen, waarbij zij zijn geaccrediteerd.

Het is zeer eigenaardig, hoe ook Portugal van zijne zijde geheel onafhankelijk van Duitschland, voor zijne belangen alle heil verwachtte van eene conferentie en hoe het medewerkte tot het bijeenroepen van een congres, waarop geene mogendheid meer heeft moeten toegeven dan Portugal zelf. Het stelde zich echter voor aan de vereenigde regeeringen voldoende waarborgen te geven ter beveiliging van hare handelsbelangen en in dit opzicht alle mogelijke voorwaarden te aanvaarden; omgekeerd zou dan de erkenning der Portugeesche souvereiniteit door de overige gouvernementen niet uitblijven immers door deze was zij nooit bestreden geworden en Engeland zou niet langer talmen met de ratificatie,

onder het voorwendsel dat het tractaat, door andere mogendheden niet erkend, de facto toch zonder uitwerking zou blijven.

Het idee van eene Conferentie viel in goede aarde. De gouvernementen te Parijs, den Haag, Madrid, Rome en Washington waren reeds door Duitschland er over gepolst; eenige hadden zich reeds goedkeurend over het plan uitgelaten, terwijl Portugal's voorslag de instemming der overigen verhaastte.

Engeland, onbekend met de stappen van het kabinet te Lissabon, wilde althans eenige der voordeelen behouden, welke het ten behoeve van zijn handel in het Congo-gebied verworven had, ook al moest het deze dan met een derde deelen; bleef het tractaat toch onveranderd, dan zouden de mogendheden het in geen geval erkennen. Het trachtte daarom Duitschland als den meest gevaarlijken tegenstander voor zich te winnen. Den 26sten Mei 1884 kreeg de Engelsche gezant te Berlijn, Lord Ampthill, de opdracht om te onderzoeken, of het Duitsche Keizerrijk niet genegen zou wezen zijne oppositie te laten varen, indien men in de ontworpen AngloPortugeesche Commissie van toezicht ook Duitsche gedelegeerden toeliet en hare macht in zoover uitbreidde, dat men haar opdroeg het ontwerpen en het uitvoeren der meest voorkomende verordeningen, ten einde aldus alle tegenwerking van Portugeesche ambtenaren te keeren. De Rijkskanselier was echter niet tot eene dergelijke schikking te bewegen. In bovengenoemden zin gewijzigd," zoo luidde zijn antwoord, zou het „tractaat zich toch niet in de goedkeuring van alle ,,staten mogen verheugen," en geheel terecht; want inderdaad zou het onverantwoordelijk zijn, eene kuststreek, zoo belangrijk voor den handel, als de bij het verdrag omschrevene en tot nog toe volmaakt vrij, te onderwerpen aan een koloniaal bestuur, zoo bedenkelijk als het Portugeesche. Er was te minder reden het tractaat tot basis aan te nemen voor nieuwe onder

99

[ocr errors]

handelingen, nu de Portugeesche regeering zelve van de noodzakelijkheid overtuigd scheen de Congo-kwestie langs conferentieelen weg te moeten oplossen. Ook den rijkskanselier scheen dit de eenige te nemen beslissing.

De Engelsche regeering door dit antwoord afgeschrikt en zich tevens verlaten ziende door Portugal, welks belangen het nog wel behartigde, verklaarde den 26sten Juni officieel het verdrag niet te zullen ratificeeren.

Het houden eener conferentie tot regeling der aanhangige kwestie was in beginsel door alle gouvernementen behalve het Engelsche goedgekeurd. De maanden Juli, Augustus en September gingen voorbij in onderhandelingen tusschen Frankrijk en Duitschland omtrent het programma, waarmede de vergadering zich zou moeten bezighouden. Den 29sten September was de overeenstemming der beide regeeringen verkregen. Vooreerst moest men het beginsel van volmaakte handelsvrijheid huldigen in het Congo-bekken. Dan moest men de toepassing op den Congo en den Niger zien te verkrijgen van de beginselen door het Weener-congres vastgesteld ten opzichte der vrije riviervaart. Eindelijk zou men de regelmatige ontwikkeling van den Europeeschen handel in Afrika trachten te verzekeren en geschillen over inbezitnemingen van territoor pogen te voorkomen door eene gemeenschappelijke regeling der formaliteiten, welke de toekomstigen bezetter in acht had te nemen, om zijne occupatie als bindend tegenover derden te doen beschouwen. Frankrijk eischte uitdrukkelijk, dat de conferentie zich zou onthouden van territoriale schikkingen in het Congo-gebied, aangezien deze vragen te ingewikkeld waren." Tot deelneming aan het congres zou men in de eerste plaats uitnoodigen die mogendheden, welke onmiddellijk belang hadden bij den Afrikaanschen handel, namelijk Engeland, Nederland, Belgie, Spanje, Portugal en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, terwijl men in de tweede plaats ook zou verzoeken op te komen Oostenrijk-Hongarije, Denemarken, Italie, Zweden en

[ocr errors]

Noorwegen, Rusland en Turkije, ten einde eene algemeene instemming met de te nemen beslissingen te verzekeren.

Dienovereenkomstig werd den 6den October 1884, uit naam van Frankrijk en Duitschland, de officieele uitnoodiging tot het bijwonen eener conferentie met bovengenoemd programma aan de regeeringen gericht. Allen namen haar met de meeste bereidwilligheid aan; alleen Engeland, dat zijn leedwezen niet kon verkroppen over de ondergane diplomatieke nederlaag, wilde niet zoo dadelijk de hand leenen tot eene samenkomst, welke buiten dit rijk om scheen tot stand te komen en ten doel had, den Engelschen invloed, door het tractaat van 26 Februari 1884 in het Congo-gebied verzekerd, den kop in te drukken. Ondanks de verklaring van Lord Granville, dat hij geene nietige bezwaren wenschte op te werpen noch de discussien wilde vooruitloopen, bracht de Britsche regeering twee volle weken zoek met het vragen van inlichtingen omtrent de draagkracht van het programma. Eindelijk liet zij zich overreden door de argumenten van Prins von Bismarck, dat eene conferentie tot niets zou dienen, indien de punten in kwestie geregeld konden worden door eene correspondentie tusschen de gouvernementen onderling, en dat dus, nu de zaken waaromtrent opheldering werd gevraagd eenmaal uiteengezet zouden worden op een congres, alle pogingen om bij voorbaat tot een vergelijk te komen onnoodig waren; den 29sten October nam ook Engeland ten slotte officieel de uitnoodiging aan.

Den 15den November 1885 heette de Duitsche Rijkskanselier de vertegenwoordigers der verschillende mogendheden te Berlijn welkom uit naam van zijnen Souverein en verklaarde hij de Conferentie geopend. Drie groote maanden bleef men vergaderd en eerst den 26sten Februari werd de

Acte Général de la Conférence de Berlin" onderteekend.

[ocr errors]

Ik stel mij voor in dit proefschrift de geschiedenis en beteekenis na te gaan der voorschriften in dezen neergelegd.

HET BERLIJNSCHE TRACTAAT VAN 26 FEBR. '85.

Het verdrag bestaat, behalve uit eene inleiding, uit zes Hoofdstukken, even zoovele verschillende onderwerpen behandelende, waarmede de conferentie zich achtereenvolgens bezighield. Oorsprondelijk werd ieder Hoofdstuk beschouwd als eene afzonderlijke akte met eene eigene inleiding. Op voorstel van Baron Lambermont besloot men echter, in navolging van het Congres te Weenen, te Parijs en te Berlijn in '78, de onderscheidene „Déclarations" te vereenigen tot één enkele „Acte Général” met ééne algemeene inleiding. Volledigheidshalve wil ik deze hierbeneden weêrgeven, zonder mij echter nu reeds in te laten met hare bespreking, welke ik, voor zoover noodig, raadzamer vind bij de behandeling der Hoofdstukken, waarop hare woorden betrekking hebben. De mededeeling der lange lijst van vertegenwoordigers zal mij in zoover van nut zijn, dat ik mij verder ontslagen mag rekenen van nadere aanduidingen bij het aanhalen der meeningen van de verschillende leden.

„Au Nom de Dieu Tout-Puissant.

""

Sa Majesté l'Empereur d'Allemagne, Roi de Prusse; Sa Majesté l'Empereur d'Autriche, Roi de Bohème, &c., et Roi Apostolique de longrie; Sa Majesté le Roi des Belges; Sa Majesté le Roi de Danemark; Sa Majesté le Roi d'Espagne; le Président des États-Unis d'Amérique ; le Président de la République Française; Sa Majesté la Reine du Royaume-Uni de la Grande-Bretagne et d'Irlande, Impératrice des Indes; Sa Majesté le Roi d'Italie; Sa Majesté le Roi des Pays-Bas, Grand-Duc de Luxembourg, &c.; Sa Majesté le Roi de Portugal et des Algarves, &c.;

« PreviousContinue »