Page images
PDF
EPUB

2o. Ceux qui auront occasionné la nort ou la blessure des animaux ou estiaux appartenant à autrui, par 'effet de la divagation des fous ou urieux, ou d'animaux malfaisants ou éroces, ou par la rapidité ou la mauvaise lirection où le chargement excessif des voitures, chevaux, bêtes de trait, de charge ou de monture;

3o. Ceux qui auront occasionné les mêmes dommages par l'emploi ou l'usage d'armes sans précaution ou avec maladresse, ou par jet de pierres ou d'autres corps durs;

Zie de onder art. 475 n°. 7 afgedrukte bepalingen der Wet van 5 Juni 1875 (Stb. n°. 110).

4. Ceux qui auront causé les mêmes accidents par la vétusté, la dégradation, le défaut de réparation ou d'entretien des maisons ou édifices, ou par l'encombrement ou l'excavation, ou telles autres oeuvres, dans ou près les rues, chemins, places ou voies publiques, sans les précautions ou signaux ordonnés ou d'usage;

5. Ceux qui auront de faux poids ou de fausses mesures dans leurs magasins, boutiques, ateliers ou maisons de commerce, ou dans les halles, foires ou marchés, sans préjudice des peines qui seront prononcées par les tribunaux de police correctionnelle contre ceux qui auraient fait usage de ces faux poids ou de ces fausses mesures;

6. Ceux qui emploieront des poids ou des mesures différents de ceux qui sont établis par les lois en vigueur;

2o. Degenen, die den dood of kwetsuren van melk- of slagtbeesten of andere dieren, aan een ander toebehoorende, veroorzaakt zullen hebben, door het los laten loopen van krankzinnigen of die niet wel bij het hoofd zijn a), of van wilde of kwaadaardige dieren, of door het hard rijden, kwalijk besturen of overladen van rijtuigen, paarden, trek-, last- of rijbeesten; (Sr. 475 n. 3°, 4o, 7.)

3o. Die dezelfde schade veroorzaakt zullen hebben door het onvoorzigtig of onverstandig gebruiken of handelen b) van wapenen, of met het werpen van steenen of andere harde ligchamen; (Sr. 471 n°. 2, 475 n°. 8, 480.)

4. Die dezelfde ongelukken veroorzaakt zullen hebben door de oudheid, het verval, het gebrek van herstellen of onderhouden van huizen of gebouwen, of door belemmeringen te leggen, uitgravingen of dergelijke te doen op, in, of bij de straten, wegen, pleinen, of openbare paden, zonder de daarbij gelaste of gebruikelijke voorzorgen en teekens; (B. 1405; Sr. 471 n'. 4 en 5.)

5°. Die in hunne pakhuizen, winkels, werkplaatsen of handelhuizen, of in de hallen, op de markten of verkoopplaatsen, vaisch gewigt, of valsche maten zullen hebben: onverminderd de straffen, die bij de boetgeregten tegen degenen, die van dit valsch gewiyt of die valsche maat gebruik gemaakt mogten hebben, gewezen zullen worden;

6o. Die gewigten of maten gebruiken zullen, verschillende van die, welke bij de krachthebbende wetten vastgesteld zijn;

Wet van 7 April 1869 (Stb. n°. 57), betreffende de maten, gewigten en. weegwerktuigen (gewijzigd bij de Wetten van 27 Mei 1869 (Stb. n°. 88), van 19 Juni 1871 (Stb. n°. 62), van 31 December 1872 (Stb. ni. 160 en 161), van 8 Juli 1874 (Stb. n°. 96) en van 11 Juli 1882 (Stb. n°. 91).

Art. 43.... de artt. 479 n°. 5 en 6, 480 no. 2 en 3, en 481 no. 1 van het Wetboek van Strafregt zijn afgeschaft.

7. Het is verboden aan alle openbare besturen en collegien om in stukken, door of van wege die besturen en collegiën of hunne ambtenaren op

a) Lees: van krankzinnige of razende lieden.

b) Lees: hanteeren.

gemaakt, andere benamingen van maten en gewigten uit te drukken, dan die in art. 3 genoemd.

Gelijk verbod geschiedt aan alle regters, scheidsmannen, deskundigen, notarissen, procureurs, griffiers, deurwaarders, secretarissen en alle andere ambtenaren, bevoegd om akten en processen-verbaal op te maken en exploiten te doen.

Het is verboden in verzoekschriften aan regterlijke autoriteiten het onderwerp van het verzoek in vreemde of afgeschafte maat of gewigt uit te drukken, behalve wanneer het verzoek goederen betreft, die zich in vreemde landen bevinden, naar vreemde landen bestemd zijn of van daar moeten worden geleverd, of koopwaren in de omschrijving van het laatste lid van art. 10 vallende.

10. In aankondigingen betrekkelijk onroerende goederen of van koopwaren, die bij de maat of bij het gewigt worden verkocht, hetzij in dagbladen, aanplakbiljetten of op andere wijze, daaronder begrepen de etiketten aan de koopwaren zelve gehecht of daarbij aanwezig, moeten de maten en gewigten, vermeld in art. 3, worden genoemd.

Dit voorschrift is niet toepasselijk op buiten 's lands gelegen goederen, noch op koopwaren, die naar het buitenland zijn bestemd of die bij de maat worden verkocht in den toestand waarin zij uit het buitenland zijn ingevoerd, mits zij onaangebroken en niet overgepakt zijn. Deze goederen kunnen naar de buitenlandsche maat verkocht worden.

11. Het bezitten of voorhanden hebben van niet met deze wet of met Onze ter uitvoering daarvan genomen besluiten overeenkomstige maten, gewigten, weegwerktuigen en gasmeters, op plaatsen, bestemd of gebruikt tot het verkoopen, inkoopen, afleveren of in ontvang nemen van waren, of waar die voorwerpen tot grondslag van heffingen of andere ontvangsten strekken, is verboden.

Dit verbod is niet van toepassing op plaatsen, waar maten, gewigten, weegwerktuigen en gasmeters vervaardigd of hersteld worden.

28. Met eene geldboete van twintig tot vijftig gulden en gevangenisstraf van drie tot zeven dagen, te zamen of afzonderlijk, wordt gestraft:

1o. het gebruiken, bezitten of voorhanden hebben van valsche maten, gewigten, meet- of weegwerktuigen op de plaatsen, vermeld in het eerste lid van art. 11, onverminderd de zwaardere straffen, toepasselijk wanneer bedriegelijke benadeeling door middel van die voorwerpen heeft plaats gehad;

2o. weigering of verhindering van den toegang aan ambtenaren belast met of bevoegd tot het opsporen van overtredingen of het doen van visitatie, onverminderd de toepassing van de algemeene strafwet, wegens feitelijkheden of beleedigingen den ambtenaren aangedaan.

29. Met eene geldboete van tien tot twintig gulden wordt gestraft: 1o. het gebruiken, bezitten of voorhanden hebben van andere dan wettelijke maten, gewigten, weegwerktuigen en gasmeters op de plaatsen, vermeld in het eerste lid van art. 11;

2o. het hebben van bijzondere merkteekenen op de maten met het doel om bij andere dan wettelijke maten te verkoopen;

3o. het gebruiken, bezitten of voorhanden hebben op de plaatsen, vermeld in het eerste lid van art. 11, van maten, gewigten, meet- of weegwerktuigen, voorzien van het afkeuringsmerk, vermeld in het tweede lid van art. 20, of niet voorzien van de vereischte stempelmerken.

30. Op de overtreding van art. 7 dezer wet door notarissen is art. 37 der Wet van 9 Juli 1842 (Stb. n°. 20) a) van toepassing.

Geschiedt die overtreding door andere ambtenaren, dan worden deze gea) Zie hierboven deel III bl. 11.

straft met eene geldboete van tien gulden voor elke overtreding. Van deze overtredingen neemt, op de vervolging van het openbaar ministerie, de burgerlijke regter kennis, overeenkomstig art. 854 van het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering.

Secretarissen van openbare besturen en griffiers van regts- en andere collegien zijn alleen in de gevallen in dit artikel bedoeld boetpligtig, wanneer zij tot het opmaken van de in overtreding zijnde stukken hebben medegewerkt. In andere gevallen, waarin het verbod van art. 7 zonder medewerking van secretaris of griffier is overtreden door hoofden, voorzitters of leden van besturen of door regters, zijn deze zelve uitsluitend aansprakelijk. Evenzeer zijn aansprakelijk voor de overtreding van art. 7 alle onderteekenaren, deskundigen, scheidsmannen, procureurs, deurwaarders en alle andere ambtenaren in dat artikel bedoeld.

31. Met eene geldboete van vijf tot tien gulden wordt gestraft:

het gebruik van maten, gewigten, meet- of weegwerktuigen op de plaatsen, vermeld in het eerste lid van art. 11, in strijd met het voorschrift in art. 15, lit. b.

De geldboete kan tot honderd gulden gaan, wanneer gebruik gemaakt wordt van een gasmeter, in strijd met het voorschrift in art. 15, lit. b. 32. Met eene geldboete van een tot vijf gulden wordt gestraft: het doen van aankondigingen in strijd met het voorschrift van art. 10. 33. Het voorhanden hebben of het gebruik van ieder voorwerp, alsmede iedere aankondiging in haar geheel, waardoor de straffen in artt. 28-32 toepasselijk worden, maakt eene overtreding uit. Er kunnen echter niet meer dan tien geldboeten voor gelijktijdig gepleegde overtredingen worden uitgesproken. 34. Valsche en andere dan wettelijke maten, gewigten en meet- en weegwerktuigen worden bij het ontdekken of constateren eener overtreding of van een zwaarder misdrijf, waartoe zij mogten gediend hebben, in beslag genomen, en in geval van veroordeeling verbeurdverklaard en vernietigd; zelfs bij een vonnis van vrijspraak of ontslag van regtsvervolging kan de verbeurdverklaring en vernietiging bevolen worden.

Maten, gewigten en meet- en weegwerktuigen, van het afkeuringsmerk, vermeld in het tweede lid van art. 20, of niet van de vereischte stempelmerken voorzien, worden in beslag genomen en in geval van veroordeeling verbeurd verklaard.

35. Wanneer voorwerpen, bedoeld in art. 6, eenen valschen inhoud aanwijzen, worden zij met valsche maten gelijk gesteld.

36. Art. 463 van het Wetboek van Strafregt en art. 20 der Wet van 29 Junij 1854 (Stb. n°. 102) zijn op de overtredingen dezer wet toepasselijk. 7. Les gens qui font le métier de 7°. Degenen die zich ophouden met a) deviner et pronostiquer ou d'expliquer waarzeggen, voorzeggen (prognosticeles songes; ren) of droomuitleggen; (Sr. 480.)

8°. Les auteurs ou complices de bruits ou tapages injurieux ou nocturnes, troublant la tranquilité des habitants.

8. Die burengeruchten of bewegingen, of nachtgeruchten en bewegingen maken, tot verstoring van de rust der inwoners; of hun medepligtigen. b) (Sr. 59 v., 480.)

480. De straf van gevangenis van ten hoogste vijf dagen, zal, naar de omstandigheden, uitgewezen mogen worden:

480. Pourra, selon les circonstances, être prononcée la peine d'emprisonnement pendant cinq jours au plus,

a) Lees die hun bedrijf maken van.

b) Lees: die beleedigende of nachtelijke burenge. III.

ruchten of bewegingen maken, verstorende de rust
der inwoners; of hunne medepligtigen.
21

1o. Contre ceux qui auront occasionné la mort ou la blessure des animaux ou bestiaux appartenant à autrui, dans les cas prévus par le numéro 3o. du précédent article; 2°. contre les possesseurs de faux poids et de fausses mesures; 3°. contre ceux qui emploient [emploieront] des poids ou des mesures différents de ceux que la loi en vigueur a établis; 4. contre les interprètes de songes; 5. contre les auteurs ou complices de bruits ou tapages injurieux

ou nocturnes.

Zie de onder art. 479 n. 5 en 6 481. Seront, de plus, saisis et confisqués, 1°. les faux poids, les fausses mesures, ainsi que les poids et les mesures différents de ceux que la loi a établis; 2°. les instruments, ustensiles et costumes servant ou destinés à l'exercice du métier de devin, pronostiqueur ou interprète de songes.

Zie de onder art. 479 n. 5°. en 6°. afgedrukte wetsbepalingen. 482. La peine d'emprisonnement pendant cinq jours aura toujours lieu, pour récidive, contre les personnes et dans les cas mentionnés en l'art. 479.

482. De straf van gevangenis voor vijf dagen zal altijd, bij herhaal van overtreding, stand grijpen tegen de personen (en in de gevallen) b) bij art. 479 vermeld. (Sr. 473, 478, 483.)

Art. 20, lid c, der Wet van 29 Juni 1854 (Stb. n°. 102). Het (art. 463 van het Wetboek van Strafregt) is mede toepasselijk bij eerste of latere overtredingen van politie, in het Wetboek van Strafregt voorzien, met die uitbreiding, dat de toepassing der daartegen bedreigde gevangenisstraf in geen geval meer verpligtend is.

Disposition commune [Dispositions communes aux trois sections ci-dessus.

1o. Tegen diegenen die den dood, of de kwetsuren van dieren of melkof slagtbeesten of ander vee, aan een ander toebehoorende, veroorzaakt zullen hebben, in de gevallen bij nummer 3 van het vorig artikel uitgedrukt; 2°. tegen de bezitters van valsche gewigten en maten; 3°. tegen diegenen, die zich van andere gewigten of maten bedienen, dan bij de krachthebbende wet vastgesteld zijn; 4°. tegen de droomuitleggers; 5°. tegen de verwekkers van burengeruchten of nachtgeruchten of bewegingen, of hun medepligtigen a). (Sr. 479 n. 2o, 7°, 8°.) afgedrukte wetsbepalingen.

481. Bovendien zullen aangehouden en verbeurdverklaard worden: 1°. de valsche gewigten, en valsche maten, gelijk ook de gewigten en maten, die van diegenen verschelen die de wet vastgesteld heeft; 2°. de gereedschappen, toestel en kleeding, dienende of bestemd tot het plegen van 't ambacht van waarzegger, voorzegger (prognostiqueur), of droomuitlegger. (Sr. 470, 479 n. 7.)

483. Il y a récidive dans tous les cas prévus par le présent livre, lorsqu'il a été rendu contre le contrevenant, dans les douze mois précédents, un premier jugement pour contravention de police commise dans le ressort du même tribunal.

a) Lees: tegen de verwekkers van beleedigende of nachtelijke burengeruchten of bewegingen; of hunne medepligtigen.

Bepalingen, aan de drie afdeelingen hierboven

gemeen.

483. Herhaal van overtreding heeft plaats in alle de gevallen bij dit Boek gemeld, wanneer tegen den overtreder, binnen de laatstvorige twaalf maanden, een eerder uitspraak gedaan is wegens policie-overtreding binnen de onderhoorigheid van hetzelfde geregt begaan. (Sr. 56, 474, 478, 482.)

b) Deze woorden ontbreken in de officieele vertaling.

DISPOSITION GÉNÉRALE.

484. Dans toutes les matières qui n'ont pas été réglées par le présent Code, et qui sont régies par des lois et règlements particuliers, les cours et les tribunaux continueront de les observer.

ALGEMEENE VERORDENING.

484. In alle zaken waarop bij dit Wetboek niet voorzien is, en waarop voorzien is bij bijzondere wetten en verordeningen, zullen de hoven, vierscharen en geregten voortgaan, dezen in acht te nemen.

Collationné à l'original, par nous président, vice-président et secrétaires du Corps législatif. Paris, les 12, 13, 15, 16, 17, 19 et 20 Février 1810. Signe le comte de Montesquiou, president; Emmery, vice-président ; B. Dauzat, Chiavarina, Emmery, Clausel-Coussergues,

secrétaires.

Mandons et ordonnons que les présentes, revêtues des sceaux de l'Etat insérées au Bulletin des lois, soient adressées aux Cours, aux Tribunaux et aux autorités administratives, pour qu'ils les inscrivent dans leurs registres, les observent et les fassent observer; et notre Grand-Juge Ministre de la Justice est chargé d'en surveiller la publication.

Donné en notre palais des Tuileries, les 22, 23, 25, 26, 27 Février, 1er et 2 Mars l'an 1810.

Signé NAPOLEON.
Vu par nous Archichancelier de l'Empire,

Signé CAMBACÉRÉS.

Par l'Empereur:

Le ministre Secrétaire d'état,
Signé H. B. DUC DE BASSANO.

Certifié conforme par nous Grand-Juge Ministre de la Justice, LE DUC DE MASSA.

Le Grand-Juge, Ministre de la Justice,
Signé DUC DE MASSA.

« PreviousContinue »