Page images
PDF
EPUB

12. Alle door hier te lande wonende personen opgemaakte stukken, genoemd in artikel 1 dezer wet, en alle handteekeningen, welke zoodanige personen hebben gesteld op die stukken of op stukken, bedoeld in artikel 21, n°. 2, der Wet van 3 October 1843 (Staatsblad no. 47) a), worden, behoudens tegenbewijs, geacht hier te lande geschreven te zijn, ook al is daarop het tegendeel vermeld.

13. Voor zoover niet anders wordt bepaald bij de Wet, houdende aanwijzing voor elk jaar van de middelen tot dekking der uitgaven des Rijks. worden vijftig opcenten geheven op alle regten en boeten van zegel, met uitzondering alleen:

a. van de regten en boeten, verschuldigd krachtens het bij artikel 5 dezer Wet gewijzigde nommer 2 van artikel 21 der Wet van 3 October 1843 (Staatsblad no. 47);

b. van het regt, bedoeld in het eerste lid van artikel 1 dezer Wet; en C. van de boeten, bedreigd in artikel 2 dezer Wet;

op welke regten en boeten geene opcenten geheven worden. Van de betaling der voormelde opcenten zal op het aan zegel onderhevige papier of perkament blijken op nader door Ons te bepalen wijze. (Stb. 1882 n°. 127). b)

14. De Wet van 9 April 1869 (Staatsblad no. 61) betrekkelijk de invoering van een plakzegel voor handelspapier c) wordt ingetrokken.

15. Deze wet treedt in werking den 1sten Januarij 1883.

Alle niet gedagteekende acten en stukken worden geacht nà dat tijdstip te zijn opgemaakt, behoudens bewijs van het tegendeel.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Collegien en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. Gegeven te Frankfort, den 11den Julij 1882.

[blocks in formation]

BESLUIT

van 16 September 1882 (Stb. n°. 127), tot vaststelling van de wijze, waarop van de betaling van opcenten blijken zal op het aan zegelregt onderhevige papier of perkament.

WIJ WILLEM III, enz.

Gelet op artikel 13 der Wet van den 11den Julij 1882 (Staatsblad no. 93), tot wijziging der Wet op het regt van zegel; a)

Op de voordragt van Onzen Minister van Financien, van den 12den September 1882, no. 26, Registratie;

Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen:

ARTIKEL 1.

Van de betaling der opcenten op het aan zegel onderhevige papier of perkament, bedoeld in het tweede lid van artikel 13 der Wet van den 11den Julij 1882 (Staatsblad no. 93), zal na den 1sten Januarij 1883 op dat papier of perkament blijken door aanwijzing van het getal opcenten.

2. Deze aanwijzing zal geschieden:

a. op het papier of perkament, bestemd voor de stukken onderworpen aan het evenredige zegelregt, bedoeld bij artikel 21, no. 1, 3, 5 en 6 der Wet van den 3den October 1843 (Staatsblad no. 47), voor zooveel dat regt meer dan f 1 bedraagt, door het stellen van een bijstempel, het getal opcenten vermeldende; en

b. op het overige papier of perkament, door de vermelding van het getal opcenten in den zegelstempel onder het Rijkswapen.

3. De bijstempel, onder letter a van het vorig artikel bedoeld, heeft een langwerpig vierkanten vorm en wordt onmiddellijk onder den zegelstempel droog ingeschroefd.

4. Op het van Rijkswege uit te geven gezegeld papier, bedoeld onder letter van artikel 2 hiervoor, dat op den Isten Januarij 1883 nog aan het Algemeen Zegelkantoor voorhanden en van de thans bestaande zegelstempels voorzien is, zal van de betaling der opcenten blijken door bijstempeling, op gelijke wijze als in dat artikel onder letter a is voorgeschreven.

5. Van het zegelregt betaald wegens de onbeschreven gedeelten van gezegelde registers, kunnen de belanghebbenden, gedurende ééne maand na de invoering der meergenoemde wet van den 11uen Julij 1882 (Staatsblad no. 93), de nog verschuldigde twaalf opcenten bijbetalen. Van de betaling dezer

a) Art. 13 Wet van 11 Juli 1882 (Stb. n°. 93). Voor zoover niet anders wordt bepaald bij de wet, houdende aanwijzing voor elk jaar van de middelen tot dekking der uitgaven des Rijks, worden vijftig opcenten geheven op alle regten en boeten van zegel, met uitzondering alleen:

a. van de regten en boeten, verschuldigd krachtens het bij artikel 5 dezer wet gewijzigde nommer 2 van artikel 21 der Wet van 3 October 1845 (Staatsblad no. 47);

b. van het regt, bedoeld in het eerste lid van artikel 1 dezer wet; en

C. van de boeten, bedreigd in artikel 2 dezer wet; op welke regten en boeten geene opcenten geheven worden.

Van de betaling der voormelde opcenten zal op het aan zegel onderhevige papier of perkament blijken op nader door Ons te bepalen wijze.

opcenten zal blijken uit eene door den ontvanger van het zegel op be register te stellen kwitantie.

Gedeeltelijk onbeschreven bladen worden als geheel onbeschreven beschouwi Onze Minister van Financien is belast met de uitvoering van dit beslut hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst, en waarvan afschrift z worden gezonden aan de Algemeene Rekenkamer.

Het Loo, den 16den September 1882.

De Minister van Financien,

VAN LYNDEN VAN SANDENBURG.

WILLEM

Uitgegeven den vijf en twintigsten September 1882

De Minister van Justitie,

A. E. J. MODDERMAN.

BEKNOPT

[ocr errors]

ALPHABETISCH REGISTER

A.

Aandrijven. K. 534 v.
Aangiften. Zie Huwelijk.
Aanmatiging van regerings- en regtsbe-
wind. Sr. 127 v.; van titels en bedie-
ningen. Sr. 258 v.

Aanneming (van werk). B. 1640 v.
Aannemingen. Zie Bieden.
Aanslag (of Zamenspanning) tegen den
Keizer en zijn geslacht. Sr. 86 v.
Zie Burgeroorlog.

DE DRIE DEELEN.

Aansprakelijkheid voor misdrijven of wanbedrijven. Sr. 59 v. Aantasting en inbewaringhouding. van personen. (Onwettige) Sr. 341 v. Zie Zeden.

Aanvaren. K. 534 v.

Aanwijzingen. Sv. 442 v. Aanzegging. (Exploiten van) Rv. 1 v. Aanzeilen. K. 534 v.

Abandonnement. K. 663 v. Acceptatie (van wisselbrieven). K. 112 v., 140 v., 175 v.

Accoord (in het faillissement). K. 835 v.
Achterhaalden. Zie Herkenning.
Additionele artikelen der Grond-
wet. I. bl. 31 v.
Adoptie. O. 12.
Adsistentie. (Vóór de invoering van de
nieuwe wetgeving verkregen geregtelijke)
O. 5 v.

Advocaten. R. n°. III. 1 v.; bij de opge-
heven Prov. Geregtshoven II bl. 118 v.
bij de ontbonden Arr.-Regtbanken inge-
schreven II bl. 77.

OP

Advocaten (Costuum der) R. no. II. 4. Zie Tarief van Justitiekosten in burgerlijke zaken.

——

Afbeeldingen. Zie Geschriften. Afkondiging. Zie Bestuur (Algemeene maatregelen van inwendig), Wetten. Afkondigingen. Zie Huwelijksaf kondigingen.

Afpersing (door ambtenaren). Sr. 174 v.
Afschaffing. Zie Wetgeving. (nieuwe)
Afslag. Zie Gratie.
Afstammelingen. Zie Ouders.
Afstamming. Zie Vaderschap.
Afwezend gebleven beklaagden. Sv.
270 v., 283.

beschuldigden.

Sv. 274 v., 283. Afwezige. (Regten opgekomen aan een) B. 545 v. Afwezigheid. Voorloopige voorzieningen B. 519 v. Gevolgen met betrekking tot het huwelijk en de kinderen. B. 549 V. Wet van 9 Julij 1855 (Stb. n°. 67), I bl. 156 v.

[ocr errors]
[ocr errors]

Zie Overlijden. (Verklaring van moedelijk)

-- (der regterlijke ambtenaren) R. no.I. 6 v. Akten. Zie burgerlijke Stand, Dwanguitgifte, Echtscheiding, Geboorten, Huwelijk, Overlijden.

ver

-(van regtspleging). Nietigheid. Rv. 90 v. Alternatieve. Zie Verbindtenissen. Altijd durende renten. Zie Renten. Ambtenaren. (Overtredingen van) Rv. 854. - Zie Afpersing, Beleediging, Consulaire regtsmagt, Geweldpleging, Inmenging, Knevelarij, Misdrijven, Omkooping, Open

[blocks in formation]
[ocr errors]

(Conservatoir) of inbeslagneming in
handen van den schuldenaar. Rv. 727 v.;
onder derden. Rv. 735 v.

(Onwettig) Sr. 341 v.
Arresten. Zie Vonnissen.
Arrondissements-regtbank. (Kort ge-
ding voor den President der) Rv. 289 v.
Arrondissements-regtbanken. R. O.
46 v.; R. no. I. 89 v. Klassen en zamen-
stelling I bl. 27. Regtsgeding in burg.
zaken in eersten aanleg. Rv. 126 v., 135v.—
dito in hooger beroep. Rv. 332 v.

- (Beëediging en aanstelling van de nieuwe)
II bl. 75 v.

[merged small][ocr errors][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors]

Begraven. (Inbreuken op de wetten over
het) Sr. 358 v.
Begrooting. (Rijks-) G. 119 v.
Behandeling bij geschrifte. Rv. 162v.
Bekentenis. B. 1960 v.; Sv. 439 v.
Beklaagde. Zie Regtsingang.
Beklaagden (in correctionele zaken en
policie-zaken) die afwezend zijn gebleven.
Sv. 270 v., 283.

Zie Dood, Zinneloosheid.
Beklemming. (Regt van) B. 1654.
Belastingen. (Wet op de invordering der
directe) II bl. 552 v.
Beleediging van ambtenaren.
Sr.

222 v.
Benadeeling.

[ocr errors]

(Tenietdoening ter

zake van) O. 51.
Bepalingen der Wetgeving van het
Koninkrijk. (Algemeene) I bl. 56 v.
Beraad (Regt van) B. 1070 v.
Bergloon. K. 562. v.

Berisping der Regeering door be
dienaars van den godsdienst. Sr.
201 v., 204 v.

Beroep. (Hooger) in burgerlijke zaken. Rv.
332 v.
Zaken daaraan onderworpen.
Rv. 332 v. Termijn. Rv. 339 v.
Regtspleging en gevolgen. Rv. 343 v.

aan den Hoogen Raad van vonnissen
in burgerlijke zaken gewezen door het
Geregtshof in Suriname. II bl. 121 v.
Zaken daaraan onderworpen. bl. 122 v.
Voortzetting. bl. 123 v. Regtspleging
en gevolgen. bl. 124 v. Algemeene
Voorzieningen. bl. 131.

aan den Hoogen Raad van arresten in
burgerlijke zaken in eersten aanleg gewezen
door het Hoog Geregtshof van Nederl. Indië.
II bl. 134 v. Zaken daaraan onderworpen.
bl. 136 v.
Termijn. bl. 137 v.
Regtspleging en gevolgen. bl. 138 v.

Zie Correctionele Vonnissen. Policie-
overtredingen.
Beschadiging. Zie Gedenkstukken.
Beschadigingen. Sr. 434 v., 479 n°. 1.
Beschuldigden. (Afwezend gebleven of
ontvlugte) Sr. 274 v., 283.

Zie Dood, Zinneloosheid.
Beslag. Zie: Arrest, Revindicatie.

(tegen schuldenaren die geene bekende
woonplaats hebben, en tegen vreemdelingen).
Rv. 764 v.

(Executoriaal) op roerende goederen.
Rv. 439 v. Onder derden. Rv. 475 v. -
Verdeeling van de opbrengst. Rv. 480 v.
(of uitwinning) op onroerende goederen.
Rv. 491 V. Algemeene Bepalingen.

Rv. 491 v. Van het inbeslagnemen.
Rv. 502 v. Opvordering van eigendom,

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

-

[ocr errors]
[ocr errors]

--

[ocr errors]
[ocr errors]

-

-

[ocr errors][ocr errors]
« PreviousContinue »